12 - Substantief Meervoud

Er zijn veel regels voor het meervoud. Probeer de regels in het begin niet allemaal tegelijk te leren.
Als je de eerste drie regels leert, kan je al het meervoud maken van meer dan 90 % van de Nederlandse woorden.

1. De hoofdregel: + en

Let op de spelling (cfr. (10) adjectief): Korte klinkers blijven kort, lange klinkers blijven lang (open lettergreep).

  • man – mannen
  • muur – muren
  • huis – huizen
  • brief – brieven

2. Substantieven op –e, -el, -em, -en, -er, -tie, -ier (personen): + s

- Bij de woorden op [–el, -em, -en, -er] gaat het steeds om de doffe /e/.
- De woorden op [-tie] spreek je altijd uit als /si./

  • ziekte – ziektes
  • winkel - winkels
  • keuken – keukens
  • boompje - boompjes
  • garage - garages
  • situatie – situaties
  • actie - acties
  • winkelier – winkeliers (enkel voor personen)

Uitzonderingen op deze regel.


3. Substantieven die eindigen op a, o, i, u, y: + ‘s

's als er voor de eindklinker een medeklinker staat of als de eindklinker zelf een lettergreep is, anders -s.

  • auto - auto’s
  • paraplu - paraplu's
  • baby - baby's
  • camera - camera’s

Uitzonderingen op deze regel.


4. Substantieven op -ie, maar niet -tie: + (ë)n

Dit is de basisregel:

  • + ën, als de klemtoon achteraan valt, op de -ie.
  • knie - knieën
  • symfonie - symfonieën
  • theorie - theorieën

  • + ¨n, als de klemtoon ergens anders valt.
  • olie - oliën
  • bacterie - bacteriën
  • provincie - provinciën

Extra uitleg bij deze regel.



5. Speciale gevallen:

Met de regels 1 tot en met 4 heb je de basisregels voor de meeste substantieven.
Hieronder vind je nog enkele extra regels

- Substantieven op –e : -s of -n

- Meervoud + eren

  • het ei - de eieren
  • het blad - de bladeren (boom)
  • het kind - de kinderen
  • het kalf - de kalveren
  • het rund – runderen
  • het volk – volkeren
  • het(goed) – de goederen
  • het lied – de liederen

- korte klinker wordt lange klinker

-s blijft -s

Bij deze woorden op -s verwacht je dat de -s zal veranderen naar -z. Dat gebeurt niet.

  • de mens - de mensen
  • het kruis - de kruisen
  • de plaats - de plaatsen
  • de dans - de dansen
  • de kaars - de kaarsen

- Letterwoorden: -'s

  • de tv - de tv's
  • de gsm - de gsm's
  • de dvd - de dvd's

- Substantieven op -heid: -heden

  • de mogelijkheid - de mogelijkheden
  • de moeilijkheid - de moeilijkheden

- Substantieven van vreemde oorsprong: -s

- Meervoud met getallen

- Substantieven op -ik zonder klemtoon: -en

  • de perzik - de perziken
  • de monnik - de monniken
  • de slechterik - de slechteriken

- Substantieven op -graaf: -grafen

  • de fotograaf - de fotografen
  • de paragraaf - de paragrafen

Deze uitleg in pdf.