09 Werkwoord: hulpwerkwoord + te infinitief

Er zijn een aantal hulpwerkwoorden + infinitief (zie 08), maar er zijn ook nog 10 hulpwerkwoorden + te infinitief.
We verdelen ze in twee categorieën:

Zitten, staan, liggen, lopen, hangen + te infinitief

Voorbeelden:

  • Hij loopt al een hele dag te zingen.
  • Hij zit in de veranda te roken.
  • Hij staat naar het verkeer te kijken.
  • Hij ligt in zijn zetel te slapen.
  • De was hangt nog te drogen.

Proberen, beginnen, vergeten, durven, (niet) hoeven + te infinitief

Voorbeelden

  • Hij probeert haar een brief te schrijven.
  • Het begint lichtjes te regenen.
  • Hij vergeet te komen.
  • Hij durft niet (te) springen.
  • Hij hoeft me niet te betalen.

- Wat is het verschil tussen de twee categorieën?

De werkwoorden uit de twee categorieën hebben altijd te + infinitief in alle tijden.
Enkel de eerste groep (zitten, staan, …) heeft geen te in het perfectum en het plusquamperfectum (zie 22)

geen te in het perfectum

  • Ik zit vanavond te werken. - Ik heb vanavond zitten werken.
  • Ik sta op de bus te wachten. - Ik heb op de bus staan wachten.
  • Hij ligt te slapen. - Hij heeft liggen slapen.
  • Zij loopt te zagen. - Zij heeft lopen zagen.
  • De was hangt te drogen. - De was heeft hangen drogen.

wel te in het perfectum

  • Hij probeert te studeren. Hij heeft proberen te studeren.
  • Het begint te regenen. Het is beginnen (te) regenen.
  • Ze vergeet te betalen. Ze heeft vergeten te betalen.
  • Je durft niet te komen. Je hebt niet durven (te) komen.
  • Je hoeft niet te komen. Je hebt niet hoeven te komen.

Extra: (Speciale gevallen)

Deze uitleg in pdf.